Seksverslaving, mythe of feit?

Is seksverslaving een gedragsverslaving of puur een term voor wie van de heersende seksuele norm wijkt?

Voor mijn studie heb ik het fenomeen seksverslaving onderzocht en bij deze wil ik graag de verkorte versie met jullie delen.

Samenvatting

Ik onderzoek wat het huidige begrip seksverslaving inhoudt, waardoor het ontstaat of wat de kans vergroot, welke invloed met name (seks)verslaving op het leven van de verslaafde heeft en of er verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke verslaafden zijn. Met behulp van verschillende zoekmachines heb ik een behoorlijk aantal artikelen en boeken gevonden die antwoord geven op mijn vragen. Zo heb ik gevonden dat volgens de DSM-IV gedrag aan bepaalde voorwaarden moet voldoen en verschillende onderzoekers voorwaarden aan seksverslaving heeft gesteld. Vaak hebben seksverslaafden jeugdtrauma’s, kennen ze geen tot weinig intimiteit en/of hebben ze een meervoudige verslaving, die voor extra moeilijkheden zorgen. Gezien alle resultaten geloof ik dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar seksverslaving maar het concept geloofwaardig genoeg is om als gedragsverslaving beschouwd te worden.

Inleiding

Tegenwoordig is het nodige bekend over verslavingen. Er zijn meerdere instellingen die zich bezig houden met voorlichtingscampagnes en verslavingszorg zoals het GGZ, Verslavingszorg Noord Nederland en het Trimbos instituut. Daarnaast besteed de media ook aandacht aan verschillende verslavingen. Vroeger werd er vooral gekeken naar alcohol-, eet- en drugsverslavingen, momenteel is er veel aandacht voor internetverslavingen. Variërend van gameverslavingen tot sociale netwerkverslavingen. Onlangs is op Net 5 aandacht gegeven aan seksverslaving, een minder openlijk besproken verslaving, door een tv programma ‘Sex rehab met Dr. Drew’. Hierbij volgden een aantal seksverslaafden een afkick programma binnen een kliniek die onder leiding van Dr. Drew Pinsky staat.

Ondanks dat er niet vaak over seksverslaving gesproken wordt is overmatig seksueel gedrag toch al lange tijd beschreven. Weliswaar onder verschillende termen zoals hyperphilia, hyperseksuele stoornis, paraphilia gerelateerde stoornis, dwangmatig seksueel gedrag, seksuele verslaving, impulsief dwangmatig seksueel gedrag of zelfs heel simpel ‘‘uit de hand lopend seksueel gedrag’’. (Kaplan en Krueger, 2010)

Seksverslaving wordt niet serieus genomen. Zo beweren Levine en Troiden (1988) dat ‘seksuele verslaving’ slechts een stigmatiserend label is dat wordt geassocieerd met seksueel gedrag dat afwijkt van de heersende norm. Ook Kaplan en Krueger (2010) wijzen erop dat men rekening moet houden met vele factoren waaronder sociale waarden, culturele normen en etnische en religieuze geloven. Met name vrouwen worden negatief behandeld wanneer zij afwijken van de norm. Een fenomeen wat algemeen bekend is. Het gevolg hiervan is dat men niet weet wat een seksverslaving inhoudt en dat seksverslaafden niet serieus genomen worden.
Vandaar dat mij de vraag rees of seksverslaving daadwerkelijk bestaat of is het toch, zoals veel mensen zeggen, alleen maar een term voor mensen die afwijken van de norm. Om antwoord op mijn vraag te vinden onderzoek ik de te verkrijgen informatie over seksverslaving en bekijk tevens de overeenkomsten en verschillen met andere verslavingen.

Vragen bij mijn onderzoek:

1. Wanneer wordt gedrag tot verslaving gerekend?
2. Wat houdt de momenteel gebruikte term seksverslaving in?
3. Waardoor ontstaat een verslaving en of verslavingsgevoeligheid? Welke problemen liggen er aan een verslaving ten grondslag of door wat wordt men verslavingsgevoeliger?
4. Welke invloed heeft de verslaving op het leven van een verslaafde? De invloed van een verslaving op het leven van een verslaafde zegt ook veel over of het daadwerkelijk om een verslaving gaat.
5. Is er verschil tussen mannelijke en vrouwelijke seksverslaafden? Aangezien het welbekend is dat met name jonge mannen een hoger libido hebben dan vrouwen wil ik kijken of er verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke verslaafden zijn.
In de discussie komt een algeheel overzicht van de overeenkomsten en verschillen tussen verslaving en seksverslaving.

De methode zal ik jullie besparen, dat is een uitleg hoe ik aan mijn resultaten gekomen ben.

Resultaten

1. Wanneer wordt gedrag tot een verslaving gerekend?
Volgens Eisenman, Dantzker en Ellis(2004) is verslaving het ene uiteinde van een continuüm met aan de andere kant zelfregulering. De term ‘verslaving’ kan algemeen gebruikt ook gezien worden als het gevoel ergens van afhankelijk te zijn. Maar dit gevoel van afhankelijkheid indiceert vaak ook het gevoel dat men geen controle meer heeft. Er is enig bewijs dat wanneer een persoon op het ene gebied weinig controle kan uitoefenen er op andere gebieden bijkomende problemen ontstaan en dat een slechte ervaring kan leiden tot verdere problemen op andere gebieden in het leven. Eiserman et al. (2004) deden vooral onderzoek naar in welke mate verslavingen als drugs, seks, liefde en voedsel met elkaar correleren? Maar ook de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke verslaafden. Meer over hun onderzoek komt verderop nog aan bod bij vraag vier en vijf.

Volgens de American Psychiatric Association (2000) valt verslaving onder middelenafhankelijkheid op de As-1 van klinische stoornissen. Middelenafhankelijkheid wordt gediagnosticeerd wanneer drie of meer symptomen zich tegelijkertijd voordien binnen twaalf maanden:

  • Het optreden van tolerantie, wat inhoudt dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel.
  • Er treden ontwenninsgverschijnselen op, specifiek voor dat middel of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden.
  • Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was.
  • Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen of te minderen.
  • Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel.
  • Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik.
  • Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

Zoals men kan zien is het niet noodzakelijk dat er zowel tolerantie als ontwenningsverschijnselen optreden, zolang er maar drie andere criteria zijn. Dit is wat men vaak ziet bij een gedragsverslaving en hoewel de DSM-IV geen gedragsverslavingen bevat (omdat er volgens de DSM altijd een middel nodig is om tot afhankelijkheid te komen), kan men met enige creativiteit een gedragsverslaving of afhankelijkheid wel hetzelfde diagnosticeren. Tevens erkennen ook Juhnke en Hagedoorn (2006) verslavingen zonder chemicaliën als zijnde een gedragsverslaving, voorbeelden hiervan zijn gokken, overmatig eten sporten en ook seksuele activiteit. Zij hebben zich vooral beziggehouden met verslaving en de interactie met familie.

2. Wat houdt de term seksverslaving momenteel in?
Meerdere studies (Waar onder: Hughes, 2010; Kaplan & Krueger, 2010; Kingston & Firestone, 2008; Power, 2005) geven aan dat er nog geen definitieve definitie van seksverslaving bestaat alleen verbanden met andere gedragsverslavingen.
Met name Patrick Carnes is begonnen met het onderzoeken van het begrip seksverslaving, wat dit inhield en op welke manier seksverslaafden geholpen konden worden. Aanvankelijk vielen mensen die een pathologische relatie met seks hadden volgens hem onder de noemer seksverslaafden (Carnes, 1992). Daarnaast definieerde Carnes (1992) de volgende kenmerken als typische gedragingen voor seksverslaafden:

  • Een patroon van oncontroleerbaar seksueel gedrag ondanks nadelige consequenties.
  • Constant najagen van zelfvernietigend en risicovol gedrag.
  • Aanhoudende wens tot het beperken van het seksueel gedrag.
  • Seksuele obsessies worden een afweer mechanisme.
  • Er wordt steeds meer seksuele ervaring vereist.
  • Ernstige stemmingswisselingen rond seksuele activiteit.
  • Het negeren van andere aspecten van het leven.

Goodman (1998) voegt hier twee door hem gevonden overeenkomsten tussen traditionele vormen van verslaving en oncontroleerbaar seksueel gedrag aan toe, namelijk: Het constant falen in pogingen tot controleren van het gedrag en het doorzetten van het gedrag ook al zijn er schadelijke consequenties. Goodman deed onderzoek naar de 3 gangbare theorieën van seksuele verslaving: biologisch, sociaal-culturele en psychoanalytische. Waarna hij de diagnostische criteria voor seksuele verslaving, de differentiële diagnose, en relevante epidemiologische gegevens bespreekt om af te sluiten met een behandelplan.
Volgens Kingston en Firestone (2008), die spreken over Problematische Hyperseksualiteit (ph) in plaats van seksverslaving, is het een klinisch syndroom dat wordt gekenmerkt door het verliezen van controle over seksuele fantasieën, behoeftes en gedragingen die worden vergezeld door nadelige consequenties of persoonlijke stress. Deze onderzoekers kijken kritisch naar de bestaande literatuur over seksverslaving wat betreft de conceptualisering en diagnosticering. Daarnaast wijzen zij op het nut van een relatief nieuwe conceptualisering van ph en het Seksuele Verlangen Stoornissen-Model, die veel van de beperkingen in de vorige verklarende modellen goed maakt.

Een kritische blik wordt geworpen door Levine en Troiden (1988). Zij werpen vanuit sociologisch perspectief een blik op het begrip seksverslaving, iedere mogelijkheid wordt door hen met behulp van casestudies beschreven. Volgens hen is seksverslaving eerder een stigmatiserend label geassocieerd met seksueel gedrag dat verschilt van de heersende norm en dat ‘seksuele verslaving’ pseudowetenschappelijke codificaties van de heersende erotische waarden vertegenwoordigt in plaats van betrouwbaar klinische individuen. Maar ook door Klein (2006) die stelt dat rechtse groepen en psychotherapeuten de primaire makers zijn van een negatieve seksuele cultuur, waar het concept van seksverslaving bloeiende is in de lucratieve verslavingsindustrie.Volgens hem is het een openlijke oorlog van de regering tegen seks waarbij ze de wetten willen baseren op de bijbel om een land te creëren waar “normale seks” eng is gedefinieerd en niemand het recht heeft op alternatieve seksuele voorlichting, gezondheidszorg, of persoonlijke expressie. Het zou volstrekt onaanvaardbaar zijn dat een groep van conservatieve Amerikanen probeert hetzelfde te bereiken in Amerika als wat terroristen ook proberen te bereiken, wetten gebaseerd op strenge religieuze overtuigingen.

Kaplan en Krueger (2010) voegen toe dat er bij het definiëren rekening gehouden moet worden met dingen als individuele en relationele variabelen, sociale waarden, culturele normen en ethische en religieuze geloven. Wat volgens de ene persoon of groep als buitensporig seksueel gedrag wordt gezien kan door een andere persoon of groep als normaal gezien worden. Tevens delen zij de hyperseksuele gedragingen op in verschillende soorten stoornissen, deeltypen genaamd, gebaseerd op onderzoek van vele anderen. De deeltypen zijn: Het masturbatie deeltype (waarbij men compulsief masturbeert), het pornografische deeltype (waarbij men compulsief bezig is met porno en afhankelijk hiervan is), het seksueel gedrag met meerderjarigen deeltype (waarbij men het voornamelijk heeft over promiscuiteit), het cyberseks deeltype (waarbij men online seks probeert te regelen of het erover heeft), het telefoonseks deeltype en het stripclub deeltype (waarbij men veel geld uitgeeft in een stripclub aan de strippers omdat ze denken dat die hen aantrekkelijk vinden).
Daarnaast wijzen zij op een voorstel voor de DSM-V ingediend door Kafka (2009), wat deels overeenkomt met de deeltypes, hetgeen tot op heden nog niet opgenomen of geaccepteerd is:
A. Over een periode van ten minste 6 maanden, terugkerende en intense seksuele fantasieën, seksuele behoeften of seksuele gedragingen in combinatie met 3 of meer van de volgende 5 criteria:

  • De tijd besteeds aan seksuele fantasieën, behoeften en gedragingen verhinderd het bereiken van andere belangrijke (niet seksuele) doelen, activiteiten en verplichtingen.
  • Herhaaldelijk toegeven aan seksuele fantasieën, behoeften of gedragingen in reactie op dysfore gemoedstoestanden (bijvoorbeeld angst, depressie, verveling, prikkelbaarheid).
  • Herhaaldelijk toegeven aan seksuele fantasieën, behoeften of gedragingen in reactie op stressvolle life events.
  • Herhaaldelijke maar niet succesvolle pogingen de seksuele fantasieën, behoeften en gedragingen te beheersen of te verminderen.
  • Herhaaldelijk toegeven aan seksuele gedragingen zonder rekening te houden het risico voor lichamelijke of emotionele schade voor zichzelf of anderen.

B. Er is klinisch gezien aanzienlijke persoonlijke ellende of beperkingen in het sociale, beroepsmatige of ander belangrijk gebied van het functioneren in verband met de frequentie en intensiteit van deze seksuele fantasieën, behoeften of gedragingen.

C. Deze seksuele fantasieën, behoeften of gedrag, niet te wijten aan de directe fysiologische effect van een exogene stof (bijvoorbeeld, een geneesmiddel of misbruik van een geneesmiddel). Specificeer indien:

  • Masturbatie 
  • Pornografie 
  • Seksueel gedrag met instemmende volwassenen 
  • Cyberseks 
  • Telefoonseks 
  • Stripclubs 
  • Overige. (Kafka, 2009)

3. Waardoor ontstaat een verslaving/ Wat maakt de kans op een verslaving groter?
Zoals aangegeven in het onderzoek van Hughes (2010) kan frequent seksueel misbruik als kind leiden tot buitensporig seksueel gedrag in het volwassen leven. Ook geeft hij aan dan jeugdtrauma’s en angst voor intimiteit aan de basis kunnen liggen. Daarnaast is het voor mensen een manier om te ontsnappen aan emoties. Hughes heeft voor zijn onderzoek 30 zelf geïdentificeerde seksverslaafden en 30 behandelaars vragenlijsten voorgelegd om het begrip seksverslaving helder te krijgen. Zijn belangrijkste resultaten zijn dat seksverslaving veel overeenkomsten heeft met andere verslavingen maar ook een aantal verschillen, dat seksverslaving vaak gerelateerd wordt aan frequent misbruik als kind en seksverslaafden behoefte hebben aan een specifieke behandeling.

Zowel Hughes (2010) als Carnes (1994, 1996, 2001, 2005) als Lynch (2006) wijzen op de samenhang met andere verslavingen. Hoewel Hughes er niet uitgebreid op terug komt refereert hij naar het onderzoek van Griffin-Shelley (1993) en Carnes (1994).

In het onderzoek van Carnes uit 1991 geven van de 932 gevolgde verslaafden (als onderdeel van hun herstel) verslavingen bij familieleden aan. Van 22% was dat de moeder, van 40% de vader en van 56% de broers of zussen. In zijn latere onderzoek uit 2005 geeft 48% van de heteroseksuele mannen, 63% van de vrouwen en 55% van de homoseksuele mannen aan familieleden met verslavingen te hebben.
Uit het onderzoek van Power (2005) komt naar voren dat seksverslaving vaak samenhangt met eetverslaving. Wanneer men zich seksueel niet kan uiten gaat men overeten, men hongert zichzelf uit om aantrekkelijk gevonden te worden en dus seks te verkrijgen, men valt af in het begin van een relatie en komt bij gedurende een relatie. Dit wijst op de interactie tussen de eet- en seksverslaving. Deze relatie is ook waar Power zich voornamelijk op gericht heeft. Meer over Powers’ onderzoek is te zien bij de volgende onderzoeksvraag.
 
4. Welke invloed heeft de verslaving op het leven van een verslaafde?
In verschillende onderzoeken komen verschillende invloeden op verschillende gebieden van het leven aan bod. Zo is er het gebied gezondheid: Een van de belangrijkste invloeden hier is het samengaan met andere verslavingen. Uit onderzoek door Carnes (1991) komt naar voren dat van de 932 gevolgde seksverslaafden 42% tevens verslaafd is aan chemicaliën, 38% rapporteerde een eetstoornis, 28% rapporteerde dwangmatig werken en 26% rapporteerde dwangmatig spenderen. Hiervan lijdt 45.8% van de 894 heteroseksuele mannen, 45.9% van de 588 vrouwen en 53,7% van de 121 homoseksuele mannen aan alcoholisme.
Daarnaast heeft hij in 2005 1604 patiënten van een behandelingsprogramma voor mensen met seksuele stoornissen bekeken met de volgende uitkomsten:

*Aandachtspunt hierbij is dat aangezien deze tabel gebaseerd is op de gegevens van de eerste dagen van het onderzoek kan er sprake zijn van onderrapportering. Naarmate de behandeling verder was konden er betere diagnosis gesteld worden wanneer de situatie van de patiënt duidelijker werd.

Ook Power (2005), die met name onderzoek gedaan heeft naar de relatie tussen seksverslaving en eetstoornissen, wijst erop verslavingen niet alleen samenhangen maar ook interacteren met elkaar, elkaar versterken, en deel van elkaar gaan uitmaken. Hierdoor ontstaat een krachtig pakket wat behandeld moet worden als een interactie stoornis. Alleen al het samenhangen van verslavingen heeft elf verschillende dimensies:
Cross Tolenrance, Whitdrawal Mediation, Replacement, Alternating Addiction Cycles, Masking, Ritualizing, intensification, Numbing, Disinhibiting, Combining en Inhibiting. Deze elf dimensies zijn uitgewerkt door Carnes in zijn latere samenwerking met Murray en Charpentier (2004). In Power’s onderzoek komen met name casestudies aan bod die voornamelijk over de specifieke samenhang van seks- en eetverslaving gaan en zodoende niet van toepassing op dit essay.

Een andere invloed op de gezondheid heeft te maken met Seksueel overdraagbare aandoeningen: Volgens Kaplan en Krueger (2010) lopen seks verslaafden een hoger risico op HIV en andere seksueel overdraagbare ziektes. Dit doordat ze vaak onbeschermde seks hebben met meerdere partners. Daarnaast lopen vrouwen een grotere kans op zwangerschappen.

Dan heeft men nog te maken met stressfactoren die de gezondheid ook niet bevorderen. Er zijn twee symptomen geformuleerd door American Psychiatric Association (2000) die hiermee samenhangen namelijk: de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen of te minderen en ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

Daarnaast is er een invloed op het sociale leven. Zoals te zien aan een aantal van de symptomen die de American Psychiatric Association (2000) aangeeft. Een hiervan is dat belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik. Dit komt natuurlijk ook door de tijd die gestoken wordt in het verkrijgen en gebruiken van het middel (tevens een symptoom). Verslaafden vervreemden hierdoor van familie, vrienden, hun partner en kunnen zich niet voldoende inzetten op hun werk en aan verplichtingen voldoen.

5. Verschillen zijn tussen mannelijke en vrouwelijke verslaafden
Voornamelijk Eisenman et al (2004) hebben onderzoek gedaan naar de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke verslaafden. Voor hun onderzoek zijn 9,313 studenten uit Amerika en Canada door leraren geselecteerd door hun leraren. Hiervan waren er 3083 mannen en 6230 vrouwen. Zij moesten 13 items op schaal van 0-100 beoordelen wat betreft verslavingsgevoeligheid voor deze items.

Volgens hen liggen de verschillen in verslaving met name in de verschillende drugs. Zo toonden mannen significant meer verslavingsgevoeligheid wanneer het ging over gebieden als alcohol, amfetamine, barbituraten, cocaïne, gokken heroïne en marihuana. Vrouwen significant meer verslavingsgevoeligheid voor chocola en sigaretten en eten in zijn algemeen. Voorbeeld hiervan: wat betreft heroïne scoorden vrouwen 0.40 tegenover 0.74 bij de mannen. Wat betreft liefde en seksverslaving is het verschil volgens Eisenman et al (2004) minimaal, 49.67 voor de vrouwen en 49.13 voor de mannen. Ook zagen ze niet alleen de onderlinge correlaties tussen verschillende drugs maar ook tussen de verschillende verslavingen en de overlap in verslavingen.

Uit het onderzoek van Lynch (2006) komt naar voren dat vrouwen net zo kwetsbaar voor drugs zijn als mannen, maar meer sociale beperkingen ervaren. Zo is het voor vrouwen minder maatschappelijk geaccepteerd en hebben zij vaak sociale beperkingen zoals het verzorgen van kinderen. Dit kan gezien worden beschermende factor om niet aan drugs te beginnen of er eerder mee te stoppen. Daarnaast ziet zij een verschil in het feit dat vrouwen sneller voldoen aan de kenmerken van verslaving maar tegenlijk sneller hulp zoeken en met een herstelprogramma beginnen. Haar onderzoek is alleen gericht op drugsverslavingen.

In onderzoek gedaan naar seksverslaving door Black, Kehrberg, Flumerfelt en Schlosser in 1997 is te zien dat merendeel van de seksverslaafden man is. Hun onderzoek leverde 36 participanten op waarvan 28 (78%) man en 8 (22%) vrouw was. Het enige significante verschil gevonden in deze studie was dat mannen gemiddeld 59,3 seks partners hadden tegenover een gemiddeld 8 bij de vrouwen.

Carnes en Delmonico (1996) rapporteerden in hun onderzoek naar de relatie tussen kindermisbruik en het hebben van meervoudige verslavingen ook een percentage van 80% mannen tegenover 20% vrouwen. Maar in een later onderzoek van Carnes Delmonico, Griffin & Moriarity (2001) naar seksverslaafden en dan met name internet-seksverslaafden lag het percentage op 40% voor de vrouwen.

Raymond, Coleman, & Miner (2003) gaf aan dat 8% van de verslaafden vrouw was, Uit een onderzoek van Briken, Habermann, Berners, & Hill (2007) naar seksverslaving, hoe te diagnosticeren en te behandelen kwam dat 30% van de verslaafden vrouw was.

Discussie

Overeenkomsten met andere verslavingen :
– Volgens Hughes (2010) zijn er verschillende voorlopers, kenmerken en consequenties gemeenschappelijk met andere verslavingen waaronder; de blootstelling aan, de toegang, de interactie met de verslaving en de combinatie van sociale en biologische factoren die een neiging naar verslaving bij een individu creëren.
– De typische kenmerken geassocieerd met middelen-afhankelijkheid zoals beschreven in de DSM-IV (American Psychiatric Association, 2000) corresponderen met de kenmerken van seksuele verslaving zoals origineel gedefinieerd door Carnes (1992) en worden ook gezien door bijna alle anderen.
– Seksverslaving komt in die zin overeen met eetverslavingen dat het een noodzakelijk en natuurlijk goed voor mensen is, niet af te zweren zoals alcohol of drugs. Met beiden moeten patiënten op een gezonde wijze leren omgaan.
– Zowel mannen als vrouwen komen in alle onderzoeken naar voren als seksverslaafd zoals ook bij andere verslavingen mannelijk- en vrouwelijke verslaafden zijn.

Verschillen met andere verslavingen:
– Natuurlijk is het eerste wat hier moet worden vermeld dat seksverslaving nog geen geaccepteerde verslaving is in tegenstelling tot bijvoorbeeld alcohol of cocaïne verslaving.
– Er is geen sprake van een materiële substantie zoals bij alcohol-, drugs- en gokverslavingen. Daarnaast zijn alcohol, drugs en dergelijke extern aan het menselijk lichaam, vandaar dat totale onthouding mogelijk is voor deze substanties in tegen stelling tot seks.

Over het feit of seksverslaving daadwerkelijk bestaat wordt nog gediscussieerd, vooral Levine & Troiden (1988) en Klein (2006) zijn tegen het begrip seksverslaving omdat het volgens hen niet meer is dan een stigmatiserend label geassocieerd met seksueel gedrag dat verschilt van de heersende norm. Kaplan & Krueger (2010) sluiten zich min of meer aan door te wijzen op het feit dat er rekening gehouden moet worden met normen en waarden die per groep verschillen. Het grootste probleem hier is hoe de definitie tot stand moet komen, want wie bepaalt wanneer de seksuele behoefte of daad te veel is en op grond waarvan? Naar mijn idee een beslissing in komen in de conceptualisering aangezien mijn resultaten laten zien dat het concept seksverslaving wel klinisch bruikbaar is en het als gedragsverslaving geaccepteerd zou moeten worden.

Over de oorzaak van seksverslaving hebben eigenlijk alleen Carnes (alle) en Hughes (2010) het erover dat het te maken heeft met trauma’s opgelopen in de kinderjaren. Andere onderzoeken wijzen vooral op de samenhang met andere verslavingen tevens erkend door Carnes. De laatste oorzaak gegeven door Carnes (1991) is het hebben van verslaafde familieleden.

Wanneer ik kijk naar wat de onderzoeken zeggen over de invloed op het leven kom ik veel uit op de samenhang tussen de verschillende verslavingen. Een aangegeven probleem hierbij is dat de seksverslaving vaak niet herkend wordt omdat er dus ook niet voldoende over bekend is. Er moeten dus duidelijkere richtlijnen komen als het gaat om het herkennen van meervoudige verslavingen. Daarnaast komt in een aantal onderzoeken het feit dat veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van de drugs (of dit nou een substantiële versie is of de seksuele versie) waardoor andere (sociale) verplichtingen benadeeld worden naar voren (American Psychiatric Association, 2000 en Carnes, 1992). Echter gedegen onderzoek mist hier nog. Ik denk dat er met name meer gekeken moet worden naar de invloed van verschillende kenmerken op de gezondheid en de relatie tussen neurotransmitters en het brein wat betreft het herkennen van verslaving.

Zoals gezien zijn mannen en vrouwen even kwetsbaar voor verslaving zij het op andere gebieden. Wat betreft seksverslaving spreken sommige onderzoeken elkaar tegen waar het gaat om de percentages. Bij Carnes en Delmonico (1996) ligt de verdeling 80% man- 20% vrouw terwijl in een ander zoek van hen 60% man- 40% vrouw naar voren komt. Bij Black, Kehrberg, Flumerfelt en Schlosser in 1997 ligt de verdeling op 78% man- 22% vrouw wat de resultaten van Carnes en Delmonico(1996) benaderd terwijl Raymond, Coleman, & Miner (2003) aangeven dat maar 8% van de seksverslaafden vrouw is. Meer onderzoek naar het daadwekerlijke percentage zou hier op zijn plaats zou zijn.

Conclusie

Zoals gezien is men het nog steeds niet eens over het daadwerkelijke bestaan van seksverslaving, waardoor er ook nog geen specifieke definitie en classificatie voor handen is. Wel zou deze op grond van tot nu toe voorgestelde kenmerken vallen onder de gedragsverslavingen. De tot nu toe voorgestelde kenmerken vastgesteld worden door alle onderzoekers herkend.
Seksverslaving komt vaak voor bij mensen die trauma’s in hun jeugd hebben opgelopen, deze hadden vaak te maken met kindermisbruik en of kindermishandeling, waardoor zij geen echte (niet seksuele) intimiteit kennen. Vaak komt seksverslaving ook voort uit de samenhang met andere verslavingen of doordat familieleden verslaafd waren.
Buiten het samengaan met andere verslavingen is er een invloed(consequentie) op verschillende gebieden. Zowel op sociaal vlak als op het werk als op de gezondheid.
Wat betreft verslavingsgevoeligheid worden mannen en vrouwen sneller aan verschillende dingen verslaafd, voor de seksverslavingsgevoeligheid is er geen significant verschil gevonden. Bij het daadwerkelijk verslaafd raken en/of blijven zijn er verschillen gevonden die onder meer door maatschappelijke factoren verklaard kunnen worden.

Al met al denk ik dat seksverslaving opgenomen moet gaan worden als gedragsverslaving, er meer gedegen onderzoek gedaan moet worden naar verschillende aspecten ervan en dat er meer voorlichting over gegeven moet worden!

Originele artikel en literatuurlijst opvraagbaar voor geïnteresseerden.
Lees ook: Aantal seksverslaafden in NL neemt toe

Update 16 oktober 2012: Seksverslaving erkennen als stoornis?

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.